Ik heb geklapt voor Patrick Sercu


MÛR DE FRANCE


Iedere keer dat ik in Brussel ben, moet ik aan Patrick Sercu denken. Brussel – op woensdag 13 juli 1977 met rit 12 het decor van een Tourpassage waarvan ik nog steeds kouwe rillingen krijg.

We waren Brussel binnengereden door Anderlecht, Molenbeek, over de grote lanen naar het stadshart, en zouden er weer uitgaan aan de kant van het Ter Kamerenbos. Maar toen we na de Jacquelinlaan en het Brouckèreplein de Beurs zagen opdoemen, hadden we de volgauto aan de kant gezet. We wilden de hoed afnemen voor de man die ontsnapt was. Naast onze gele Volvo maakten wij een diepe buiging voor Patrick Sercu.

Sercu was alleen vooruit tussen Roubaix en Charleroi, solo door hartje Brussel. Met flinke snelheid, gedragen door twee mensenhagen, door kilometers witte boorden van beurspersoneel, soms wel vijf tot tien rijen dik. Sercu uit Roeselare, van origine pistier, zesdaagsekeizer, maar ook als wegsprinter in de Tour van klasse. Drie etappes plus groene trui in de Tour van 1974, drie jaar later opnieuw op weg naar een (tweede) ritzege in editie ’77.

Sercu was al vroeg mee gesprongen met de eerste vluchter, gele trui Didi Thurau. De twee kregen er Alfonsel en Villemiane bij, maar na de eerste tussenspurt zag Thurau het zinloze van de ontsnapping en lieten ook de Spanjaard en de Fransman zich terug zakken. Alleen Sercu volhardde.

Op de Muur van Geraardsbergen had hij bijna vijf minuten op het peloton,. in Brussel was het verschil verdubbeld, hij kreeg maximaal een kwartier. Bij de Beurs wachtte een superpremie van 100.000 Bfr (nu 2.500 euro). Er was exclusieve fotofinish geplaatst, maar Sercu stond zes minuten alleen op de foto. Hij versaagde niet, had op het vliegveld van Charleroi ruim zes minuten over. Een solo van 175 kilometer, tegen een gemiddelde van 42.365 km/u.

Na een welverdiende rustdag won hij de volgende (halve) etappe (in Freiburg im Breigau) ook. Het zij herhaald: een klasbak.

Patrick Sercu reed in de FIAT-ploeg van Eddy Merckx, die zes dagen verder groot verlies leed naar L’Alpe d’Huez. Bernard Thévenet had Merckx voor de tweede keer een genadeklap gegeven. Hij won zijn tweede Tour. Waarna hij in 1978 toegaf in drie Tours met cortisonen-injecties te hebben gereden.

Sercu stapte op L’Alp d’Huez uit de Tour. Maar zijn passage in Brussel zou iconisch worden. Nooit meer geëvenaard. Nog decennia later herinnerde hij zich die dag. Ook hij werd verzwolgen door het aanzwellende geluid dat de komst van een solerende West-Vlaming aankondigde. Kippenvel.

De Tour komt in vele steden, maar de échte grootstad dat brengt toch een speciaal spektakel. Bovendien: Touretappes in België zijn ware volksfeesten. Iedereen nodigt iedereen uit. Als je dit weekeind nergens gevraagd bent, is er toch iets fout gelopen in je leven. Zo verwelkomt oud-gele trui Rudy Pevenage op de Muur van Geraardsbergen Joop Zoetemelk als eregast.

Patrick Sercu had alle recht ook zo’n invitatie, maar helaas – Sercu is niet meer. De winnaar van Olympisch goud, zilver en brons op de baan, van zes Tour-etappes en dertien ritten in de Giro, de laureaat van 88 zesdaagsen is op 19  april jl op 74-jarige leeftijd overleden.

Vandaag en morgen, wanneer de Tour weer door Brussel trekt, zal ik opnieuw aan Patrick Sercu denken, Wát een solo, wát een emoties, wát een onthaal.

42 jaar geleden stonden wij, inktkoelies van Het Vrije Volk, Het Parool en de Volkskrant, voor de Beurs en klapten wij voor Patrick Sercu. Niemand bedacht zich dat je dat als journalist natuurlijk nooit mag doen.


Peter Ouwerkerk


Leave a Reply