Sagan ook in Rotterdam Marathon

• Gratis •


Another brick in the wall


Auteur: Peter Ouwerkerk

Hij viel niemand op, leek in de verste verte ook totaal niet op de figuur die hij kennelijk wilde uitbeelden. Lang, blond en brildragend. Maar ik zag hem, vlak voor het 10-kilometerpunt in de Rotterdam Marathon. Het was zondagmorgen kwart voor elf en mijn aandacht werd getrokken door een afwijkend runnersshirt.

    In Rotterdam lopen ze al bijna veertig jaar de marathon in gewone kleren. In atletiekkleding van je vereniging, je loopgroep of je bedrijf. En ben je niet gebonden, dan in een onopvallend singletje of een T-shirt met summiere duiding. Voor klompen, hoge hoeden of boezeroenen ben je in Rotterdam aan het verkeerde adres. Zelfs de lopers in voetbalshirt – Feyenoord, Sparta of Excelsior – zijn op de vingers van één hand te tellen.

     Maar de dertiger die opeens in mijn gezichtsveld sprong, droeg een shirt van een wél bijzondere figuratie. Wit shirt, regenboogbanen, op de borst de letters BORA. Het rennersshirt van Peter Sagan, drievoudig wereldkampioen wielrennen, die op dat moment zijn laatste voorbereidingen deed om te laten zien wat hij zaterdag op de persconferentie precies bedoelde met ‘aanvallen loont’.

Het is altijd kiezen, de tweede zondag in april: marathon of klassieker door de Hel. De starttijden lopen een uurtje uiteen, maar de vertrekceremonie van Parijs-Roubaix is een stuk minder aantrekkelijk dan die van de 42,195 meter door Rotterdam. Met een beetje goed plan kun je ruim een uur lang vele duizendpoten aanmoedigen, nog net de finish thuis zien en vervolgens doorschakelen naar het echte geweld op 54,5 kilometer kasseien.

     Vraag me niet waarom de uitdossing van de anonieme loper zo anders was dan die van de gangbare marathonner, maar hier rende kennelijk een supporter van Peter Sagan. Een fan die je zondag had verwacht in pakweg Mons-en-Pévèle, maar niet in Rotterdam.

    Het bleek een voorbode van de dingen die het beeld van de dag zouden bepalen. Het is zo langzamerhand onvermijdelijk: er duikt altijd ergens wel een Sagan op als het erom gaat.

Geen Parijs-Roubaix zonder vallen, lekrijden, materiaalpech, auto’s, publiek, verkeersremmers, afzien, klagen, desillusie. Soms rijdt zelfs de dood mee. Zoals nu.

    De eerste van de 29 kasseistroken was nog niet genomen, of het peloton was al getroffen door een fragmentatiebom die kopmannen raakte en knechten. Alles in stukken, vijf tot acht groepen en groepjes –de landmijnen keerden terug in vele gedaanten.

    Vrijwel iedereen kon meteen weer achter zichzelf beginnen te jagen. Vrijwel ieders naam kreeg wel een vermelding op het verkeerde communiqué, vrijwel iedereen liep wel een bluts of deuk op, vrijwel ieders hoop viel wel in duigen.

    Met uitzondering van de man die zijn ogenschijnlijk krankzinnige onderneming, begonnen op 54 kilometer van de finish, op de piste van Roubaix bekroonde met een routineus sprintje versus de enig nog overgebleven koploper, de jonge Zwitser Silvan Dillier.

   Een man die luisterde naar de naam Peter Sagan. Hij zou als eerste in het tv-interview toegeven dat hij dit keer níét bezocht was door Koning Misfortuin, door de Duivel van Lek, Pek en Verloren Veren. Maar hij had er wel slim en sterk voor moeten rijden. Harder dan het peloton aan kanshebbers, favorieten en sterrendragers.

    Belgen en andere Terpstra’s zagen Sagan wegschuiven op het asfalt na de kasseien van Orchies. Toen al. Maar niemand schatte het gevaar juist in, niemand durfde de verantwoordelijkheid te nemen, niemand weerhield Sagan ervan de winstseconden van de aanval te sprokkelen. De witte vlag hing slap om de sturen van zeven laatste achtervolgers. Om beurten hoorde je ze denken: ‘Het is niet aan mij om de anderen terug te brengen…’

   Anderhalve minuut beliep op zeker moment de voorsprong. Sagan draaide tevreden rond met drie even taaie als gewillige vroege vluchters, dromend van een mooi resultaat.

    We kregen een Parijs-Roubaix, die de subtitel ‘de anticlimax-climax’ werd opgeplakt. Terecht of onterecht, waar of niet waar – zo’n versie van ‘de Hel’ was wel even wennen. Alsof je naar een film zat te kijken, waar tachtig minuten voor het eind de ontknoping al werd geopenbaard.

    Sagan zelf was niets kwalijk te nemen. Hij zocht nog wat verstrooiing, ging met een inbussleutel aan zijn stuur zitten friemelen, nam de beurskoersen door met de enig overlevende, Dillier, en bewees: de winnaar heeft altijd gelijk.

   Even sloeg de schrik nog om het hart. Op de laatste kasseistrook, vernoemd naar oud-PR-winnaar Charles Crupelandt, net buiten de velodroom van Roubaix, leek een in regenboogtrui gehulde malle pietje op Sagans bagagedrager te willen springen. Weg! Zo snel hij opdook, was hij ook weer verdwenen.

En daar stond hij dan op het gepimpte podium, tussen Dillier en Niki Terpstra. Peter Sagan, de held van de vrouwen, de billenknijper, de long haired rebel, de skibrildrager, de meer dan waardige wereldkampioen. Hij maakte een diepe buiging, die hij liet volgen door een schijnbeweging met de kassei, vlak boven de voeten van de burgemeester.

   Een winnend sprinter in Gent-Wevelgem, een Merckxiaans heerser in het plakkerige Fransen noorden. Sagan blijft atletische prestaties rijgen van jewelste.

Wat er van die marathon lopende Sagan in Rotterdam is geworden? Of die überhaupt is gefinisht – geen idee.

   Sagan schijnt Dillier wel te hebben gevraagd of hij volgend jaar ook zo’n BORA-shirtje wil.


‘Another Brick In The Wall’ is een serie columns van De Muur meesters zelve: Peter Ouwerkerk, Bert Wagendorp en John Kroon.


Foto

Leave a Reply