NIKI TOTALOOS


MUR DE FRANCE


Ineens lag ie daar, op de tamelijk brede D-826 tussen Saussens en La Cassange. Dorpen waar het departement Tarn is overgegaan in Haute-Garonne. Nog 31 kilometer naar Toulouse, eindpunt van rit 11 in de Tour van 2019.

De meest overzichtelijke etappe van deze 106de Tour naderde zijn ontknoping. De vier vluchters, die nooit meer dan 3.30 minuut voorsprong hadden gehad, wisten dat ze plankton waren voor de haaien. Ze zouden worden ingelopen. In de straten van Toulouse zou de meest voorspelbare etappe ook eindigen in een échte massaprint.

Toulouse, Franse stad van lucht- en ruimtevaart. Toulouse, landingsbaan voor de snelste ploeg van de eerste week: de rappe mannen van het Ne-Belse Jumbo-Visma. De tabloids hadden hun koppen al klaar: EN VÍJF VOOR DE JUMBO-JETS!

Maar, helaas, dat feest ging niet door. Het allerkleinste Australische mannetje Caleb Ewan was een buitenbandje sneller door de tegenwind geracet dan ónze Dylan Groenewegen. Het bracht sportieve teleurstelling en frustratie; wie eenmaal aan winnen heeft gelikt, wil altijd van winnen blijven proeven. Maar, troost: nog tien kansen op revanche.

Dat gold alleen niet voor de renner die drie kwartier eerder met zijn rug tegen het asfalt was getuimeld. De opwinding in het peloton was, zo aan het begin van de finale, nog alleszins overzichtelijk. Maar iedereen weet:  wanneer er maar íets gebeurt, loert de crash van mens en metaal (of: van coureur en carbon) naast iedere plantenbak.

Daar lag de renner. In één manoeuvre was het over en out. Ook God weet niet waardoor. Ja, er was iemand vóór hem gevallen. Toen ging ook híj om. De renner in het blauw, rugnummer 177, probeerde nog op zijn fiets te stappen, maar het strekken van de geraakte arm was er al teveel aan.

Naast de gevallene sprongen andere tuimelaars haastig weer op hun fiets. Twee mannen en twee zoontjes sloegen het tafereel beteuterd gade. Een man gaf het strohoed-jongetje een weggesprongen bidon; de drinkbus van de gevallen renner. Die eerst nog opstapte, het vier kilometer probeerde, maar vervolgens toch de ambulance wenkte.

De quick-scan aan de finish gaf als voorlopig uitsluitsel: waarschijnlijk geen breuken, wel een scheurtje in het schouderblad. Later op de avond was het scheurtje toch een dubbele breuk geworden. De arm in de mitella onderstreepte het einde van de Tour van Niki Terpstra.

Terpstra was eind vorig jaar opgestapt bij Quick Step. Hij wilde zijn mooie klassieke overwinningen in Roubaix, Vlaanderen en Harelbeke

graag verzilveren met een topcontract. Desnoods in Frankrijk, al was dat niet zijn meest geliefde land. QS-manager Patrick Lefevere had hem niet willen tegenhouden en wenste hem veel succes.

Menigeen dacht toen dat Terpstra zijn Quick Steps wel eens zou kunnen gaan missen; meer dan andersom. Een Wolfpack is nu eenmaal totaal iets anders dan een vreemd pakhuis – waar ze een andere taal spreken, er andere gewoontes op nahouden, waar je niet zomaar als kopman bent geaccepteerd. Direct Energie? O ja, waar dan?

Terpstra’s seizoen 2019 begon rampzalig. Op de eerste zondag van klassiekermaand april, liep hij bij een val in Vlaanderen een hersentrauma op. Meteen zijn hele voorjaar voorbij. Hij nam de tijd te herstellen en beloofde een goede Tour te gaan rijden. Zeker voor de nieuwe hoofdsponsor: petro-gigant Total. Terpstra zat één keer mee in een vlucht, maar werd op -65 kilometer genadeloos uit de wielen gereden door Thomas De Gendt.

Op de rustdag was de kopman van de Franse Total-Direct-Energieploeg  geïnterviewd door Chantal Blaak. Geintje voor de Avondetappe. Het gesprek had plaats op twee harde plastic ligstoelen aan de rand van een zwembad. De wereldkampioene van 2017 wilde weten of Terpstra die dag nog getraind had. Hij? Niki fietste nóóit op rustdagen. Hij fietste de hele week al. ‘Fietsen op een rustdag, dat is toch bizar…?’ Wat hij nodig had was rust. Op weg naar Albi had hij afgezien als een gek.

Of hij deze Tour nog iets zou ondernemen, vroeg Blaak. Het antwoord was weinig geruststellend: ‘Dat zal dan snel moeten gebeuren, want die derde week met al dat klimmen is niets voor mij.’

Niki Terpstra is gestart in acht Tours de France, twee keer heeft hij Parijs niet gehaald. Hij finishte in al die Touretappes precies één keer bij de eerste tien, rekende Herbert Dijkstra ons voor. Terpstra en de Tour is geen eeuwige liefde.

Terpstra reed de laatste winters enkele zesdaagsen. Geweldig. Op de piste druipt de klasse er vanaf. In de voorjaarsklassiekers ook. Maar de Tour..? Had hij nooit meer moeten doen. Niemand kan hem de overstap kwalijk nemen; wat een ander voor je wil betalen is zíjn zaak.

Uit de Tour vallen, daar vraagt niemand om. Maar bij Total Direct Energie is het met Terpstra vooral Totaloos.


Peter Ouwerkerk



Link naar NOS artikel

Leave a Reply