Hoe Donald Trump het wielrennen ontdekte

• GRATIS •


Lang voordat presidentskandidaat Donald Trump – professioneel belediger, clown, zakenman, womanizer en vastgoedgoochelaar, in die volgorde – de Paus zenuwachtig maakte met zijn plannen voor een muur om Amerika, had hij een wielerwedstrijd. Lees dat nog eens. Donald Trump had een wielerwedstrijd. Echt. De naam? Verrassing: Tour de Trump.


cw1nmyuucaeva48-jpg-large


Fame

‘Fame makes a man take things over
Fame lets him loose, hard to swallow
Fame puts you there where things are hollow (fame)
Fame, it’s not your brain, it’s just the flame
That burns your change to keep you insane’
‘Fame, what you like is in the limo
Fame, what you get is no tomorrow
Fame, what you need you have to borrow’

(Fame, David Bowie)


Degene die de openingsmuziek onder een reportage over de Tour de Trump monteerde heeft waarschijnlijk niet lang hoeven zoeken. Donald Trump en roem zijn strakker met elkaar verbonden dan de republikeinse presidentskandidaat met zijn diverse vrouwen. Van de dagen waarin hij als jonge honkballer de lokale krant haalde, tot de tijd waarin hij als vastgoedmiljonair (of vastgoedfantast) met fotomodellen aan zijn hand protserige wolkenkrabbers in New York optrok: roem was doel, middel en ego-booster in een. Als geen ander leek hij aan te voelen wat er voor nodig was om permanent aandacht te trekken en wat je kunt bereiken met roem alleen.

Toen Trump in 1989 het ogenschijnlijk onzalige idee had om een wielerwedstrijd te gaan sponsoren, was hij op jacht naar het hoogste roempodium in het land. ‘Hij probeerde in die tijd koning van New York te worden’, zegt Steve Brunner, destijds werkzaam in de organisatie van de Tour de Trump.

Een verhaal over Donald Trump is geen verhaal over de Amerikaanse droom, dat clichématige en voor velen onbereikbare ideaal van rags to riches. Donald Trump werd in 1946 niet geboren met een gouden lepel in zijn mond, maar met een gouden bestekset. Trump en zijn vier broers en zussen zijn de ultieme vruchten van een rijkeluisleven. De kinderen hadden weliswaar een bescheiden krantenwijk, maar als het regende mochten ze die bezorgen in de limousine van hun vader. Inclusief chauffeur.

Krap zeventig jaar voor Donald werd geboren, in 1885, voer grootvader Friedrich Drumpf van Bremen naar Amerika. Bij aankomst in New York veranderde de D in een T en zeven jaar later verdween de F uit de naam. Na enkele jaren trok opa Trump westwaarts, in het spoor van de goudzoekers. Hij runde onder meer een restaurant in de hoerenbuurt van Seattle en gaf de ondernemingszin door aan zijn zoon, Frederick ‘Fred’ Trump, Donalds vader. Fred werd projectontwikkelaar, verdiende aanvankelijk veel geld met de gesubsidieerde handel in huurhuizen voor oorlogsveteranen en bouwde daarna een miljoenenbedrijf op. Van zijn strenge en dominante vader erft Trump een liefde voor hard werken en het geloof in een ’genetisch overgedragen talent voor succes’. Vader Trump noemt zijn zoon soms kortweg ‘a king’.

Donald Trump is hyperambitieus en werkt zich in de harde New Yorkse vastgoedwereld langzaamaan verder omhoog. Hij lijkt uitstekend te begrijpen wat mensen willen horen, is goed in het leggen van contacten, charmant als het kan en hard, gemeen en meedogenloos als een goede deal lonkt, of het hem uitkomt. Gesprekspartner voor filmsterren, fotomodellen en zelfs een wereldleider hier en daar. Een man ook die door biograaf Michael D’Antonio ‘een van de moeilijkst te peilen personages van het land’, wordt genoemd.

Donald Trump staat in de jaren tachtig symbool voor de grote sociale veranderingen die Amerika ondergaat. Onder president Ronald Reagan groeit de kloof tussen arm en rijk uit tot een krater. Het aantal miljardairs stijgt explosief – terwijl de werkende klasse gebukt gaat onder stagnerende salarissen. Trump bouwt een imperium op met diepe wortels in Manhattan. Zijn bedrijf glimt aan de buitenkant als zijn pompeuze Trump Tower, maar hangt van miljoenenleningen aan elkaar. Vaak is onduidelijk wat Trump nu precies bezit.

Behalve in een vliegtuigmaatschappij en meerdere casino’s investeert Trump in de jaren ook in sporters en sportteams, als een centraal onderdeel van zijn strategie. Fitte sportlijven zijn voor hem een soort uithangbord voor zijn ultramannelijke levensvisie. Boksers en American Footballspelers zijn symbolen van alles wat Trump wil zijn: fit, sterk, succesvol, een winnaar. Volgens de biografie Nooit Genoeg was hij als jonge honkballer naar eigen zeggen niet gewoon goed, maar ‘altijd de beste speler’.

In de jaren tachtig maakt hij van casinostad Atlantic City, toch een beetje het afvoerputje van noordoost-Amerika, naast Las Vegas de tweede de bokshoofdstad van het land. Hij richt de United States Football League (USFL) op, als concurrent van de machtige NFL. Het zijn puur zakelijke beslissingen. Blijken zijn doelen niet haalbaar, dan is Trump weer snel vertrokken. Tot 1989 speelt wielrennen in het leven van Donald Trump geen rol. Het is dan al gauw 35 jaar geleden dat hij op een fiets heeft gezeten.

Amerika kent in de jaren tachtig een kleine, maar levendige wielercultuur. De Amerikaanse renners richten zich vooral op eendaagse criteriums waar amateurs en profs door elkaar krioelen. In 1981 is Jonathan Boyer de eerste Amerikaanse deelnemer aan de Tour de France. De wielerscène is geconcentreerd in de staten Colorado (rond Denver) en Californië. Vier renners uit die twee staten eindigen in de top tien van de Olympische wegwedstrijd 1984. De Amerikaan Alexi Grewal pakt het goud. In 1988 wint Andy Hampsten uit de 7-Eleven-ploeg de Giro d’Italia.

Maar het boegbeeld van het Amerikaanse wielrennen wordt Greg LeMond, de wereldkampioen op de weg van 1983 en winnaar van de Tour de France van 1986. In 1989 schopt hij het als eerste wielrenner tot de cover van Sports Illustrated. Zijn legendarische 8-seconden-spel met Laurent Fignon in de Tour de France van datzelfde jaar maakt hem definitief tot Amerikaans wielericoon. ‘Die zege bracht de sport in het bewustzijn van journalisten’, zegt Elliott Almond, destijds sportjournalist voor de Los Angeles Times. In de strijd om de aandacht van journalisten komt het niet slecht uit dat LeMond twee jaar eerder door zijn zwager voor een kalkoen werd aangezien en in zijn rug geschoten. De gevallen held die weer opstaat en zegeviert: het is een verhaallijn waar Amerikanen gek op zijn.

LeMond zal de Tour de Trump beide keren als voorbereiding op de Tour de France rijden en nooit een hoofdrol spelen, iets wat ook geldt voor Andy Hampsten.

De voice-over van de NBC tijdens reportages uit de Tour de Trump van 1990 wekt eerder de indruk van dat je naar een natuurfilm zit te kijken dan naar een spannende sportwedstrijd. In handen van de commentator verandert wielrennen in een moeilijk te begrijpen schouwspel waaruit iedere urgentie en spanning is weggezogen.

De ruime tv-aandacht voor het evenement staat in tegenstelling met die van de geschreven media. Daar komt de wedstrijd er zeer matig vanaf. ‘De verslaggeving werd verstopt achter golf, viswedstrijden en shit like that’, zegt Erik Raschke, in de jaren tachtig een talentvol wielrenner in Denver en generatiegenoot van George Hincapie. Een grote krant als de Los Angeles Times negeerde het wielrennen vrij consequent, stelt journalist Elliott Almond. Begin jaren negentig mocht hij voor de krant de Tour de France volgen. Vanuit Los Angeles.

De beelden van profs als Gert-Jan Theunisse, Steven Rooks, Raúl Alcalá en Greg LeMond brengen wel wat te weeg in de huiskamers van jonge Amerikaanse fietsfans. Europese wielerprofs zien ze daar zelden. Misschien de Amerikaanse profs van 7-Eleven of Coors Light, maar dat is het dan ook wel. De Tour de Trump biedt jonge renners als Raschke helden om naar op te kijken.

Raschke, tegenwoordig schrijver in Amsterdam en renner in ruste, ziet na een wedstrijd in Texas op het vliegveld een man in korte broek. De smalle geaderde kuiten trekken zijn blik. Ze zijn anders dan de door hem bewonderde kuiten van Sean Kelly, maar niettemin mooi. Hij kijkt op. Het is Raúl Alcalá, winnaar van de Tour de Trump in 1990. Hij is onder de indruk en vraagt een handtekening. ‘Voor het eerst kwamen Europese wielrenners naar Amerika. Het was geweldig leuk een groot wielrenner als hem te zien. Dat betekende heel veel voor mij.’

So while some of us think about buying a bike, Donald Trump has bought a… bike race….’ De voice-over is dik aangezet en vol ironie. De camera zoomt in op de man met misschien wel de beroemdste haardracht van Amerika: Donald Trump. Hij zit er ogenschijnlijk ontspannen bij in de senaatszaal van het parlementsgebouw in Albany, startplaats van de Tour de Trump 1989. Het zal iets te maken hebben met zijn voorliefde voor dit soort interviews. Behalve op zichzelf is Trump verliefd op de pers. Wel op voorwaarde dat de verhalen hem zinnen (een aanklacht is niet uitgesloten) en dat zit bij NBC – medesponsor van de race – wel goed. Het interview is er een in de lijn van beleefde verering.

Trumps onderkin is nog tamelijk strak, minder kikkerachtig dan 27 jaar later het geval zal zijn en zijn haar is minder rookgeel dan in 2016. Als je goed kijkt, staan z’n ogen nog een beetje vrolijk. Branieachtig, dat zeker, maar anders dan de kille blik waarmee hij tegenwoordig politieke concurrenten aan de lopende band losers of clowns noemt.

Trump staat van kinds af aan bekend als een bullebak die ten koste van alles voor het hoogste gaat. Afgaand op zijn biografie Nooit Genoeg is het bijna verbazingwekkend dat er altijd weer mensen zijn die  met hem willen samenwerken. De waarheid lijkt voor hem niet te bestaan, of slechts als een voetnoot in zijn eigen wereld van overdreven machismo. Voor Trump is het aura van succes misschien nog wel belangrijker dan succes zelf. En voor dat aura kan alles gelogen worden, zolang het maar wat oplevert. Donalds advocaat zei ooit tegen het tijdschrift Vanity Fair: ‘Donald gelooft in de theorie van de grote leugen. Als je iets maar blijft herhalen, dan gaan mensen je geloven.’

Op de persconferentie vraagt iemand waarom de wedstrijd niet gewoon Tour of America heet – heten niet alle wielerwedstrijden naar de streek of het land waar ze worden verreden? ‘Dat had zeker gekund’, antwoordt Trump, ‘wanneer we tenminste een minder succesvolle race hadden willen hebben, als we het kleiner hadden willen opzetten.’ Het grote voordeel van het wielrennen is, dat de koers hem een fractie kost van de elf miljoen dollar die hij in 1988 heeft neergeteld om Mike Tyson in 91 seconden Larry Spinks te zien vloeren. Hij staat garant voor driekwart miljoen dollar.

Het idee voor een etappekoers en de betrokkenheid van Trump komt niet van Donald zelf, maar van basketbalcommentator Billy Packer. Hij wordt op Manhattan door Trump op kantoor ontvangen, vertelt over zijn idee van een Tour in New Jersey en overtuigt de vastgoedbaas. Uiteindelijk wordt het een koers door verschillende staten in het noordoosten: New York, Pennsylvania, Virginia, New Jersey. Een gebied met tientallen miljoenen inwoners en dus ook een potentiële bron van miljoenen dollars aan tv-reclames. De ronde wordt een ode aan het ego van Trump en voert onder meer langs Trump Plaza, Trump Castle en andere Trump-gebouwen. De start- en aankomstlocaties zijn zo gekozen dat de landingsplaatsen van Trumps vliegtuigmaatschappij ruim aan bod komen.

Steve Brunner werkte in 1989 en 1990 als jonge afgestudeerde mee aan de Tour de Trump en hoorde Donalds motieven: ‘Trump zag dat het wielrennen groeide. Hij zag hoe populair Greg LeMond was en dacht: “Laat ik dit evenement gebruiken om mijn naam te promoten.”’

De naam van de koers heeft alles te maken met Trumps overtuiging dat alles waaraan de naam Trump is verbonden in waarde stijgt, of het nu hotels, vliegtuigen of casino’s zijn. Of wielerkoersen dus. De zakenman beweert zelfs dat renners naar de koers komen vanwege zijn naam. Omdat de naam ook te maken heeft met de ruime prijzenpot heeft hij nog gelijk ook.

Trump is volgens Brunner erg betrokken bij de organisatie en spreekt meetings toe in de stijl van z’n latere tv-serie The Apprentice. ‘Hij was erg intimiderend, arrogant op een zelfverzekerde manier. Hij geloofde dat zijn manier van doen de beste was.’ En het is de medewerkers maar geraden Trump te volgen. Brunner over de mentaliteit in de entourage van de leider: ‘Wat Donald ook wilde, dat deden we. Je moet de ring van de koning kussen. Vanaf het begin maakte hij dit duidelijk: we gaan van deze race de grootste en beste wielerwedstrijd ter wereld maken. Als je dat maar vaak genoeg zegt, gaan mensen dat geloven. Voor de race ook maar begonnen was, was het the next biggest American sporting event.’

Trump op de vraag van de NBC waar de Tour de Trump over tien jaar zal staan: ‘Ik zou hier graag het equivalent van de Tour de France van maken.’ Er is geen ironie hoorbaar.

Mei 1989. Carbon is nog een zeldzaam materiaal in het peloton en matjes in je nek mogen. De televisiebeelden zijn donker en schokkerig, als op een oude videoband die al jaren ligt te verstoffen. Voordat de eerste renner van de Tour de Trump in beeld verschijnt, komt een NBC-commentator voor de camera. Hij staat in een berm, terwijl hij wijst naar de door de regen aangetaste aarden wal en de modder op het asfalt, veroorzaakt door een aardverschuiving. Dit is Platte Clove Road, een smalle omhooglopende asfaltweg van enkele kilometers in het oosten van de staat New York. Dichtbij niets, ver weg van ergens. Op sommige plekken is de klim steiler dan twintig procent. ‘Devil’s Kitchen’ heet wat in beide edities van de Tour de Trump de scherprechter zal blijken te zijn. In 1990 trekt het oppermachtige PDM er het peloton aan stukken en rijdt het zo de jonge Rus Bobrik uit de leiderstrui en Raúl Alcalá naar de zege. Erik Breukink wordt derde. In 1989 is de helling nog onbekend terrein voor veel Europese profs, enkelen moeten er van de fiets.

De eerste renner die in 1989 door het beeld schuift, valt zelfs voor het ongeoefende oog niet te missen. Een wit petje achterstevoren op zijn hoofd, lange benen en armen, wapperende haren boven een wit-zwarte PDM-outfit. Gurt-Jan Tuu-Nie-zee duwt z’n fiets aan de linkerkant van de weg over het besmeurde asfalt, ‘glanzend als een windhond’, volgens de commentator. Andrew Hampsten en Viatcheslav Ekimov – op dat moment nog een Russische staatsamateur – zetten de achtervolging in.

Ekimov rijdt die dag sterk en boezemt de Nederlanders angst in. Hij is een kanshebber voor de eindzege en dat gegeven zorgt voor eenheid bij de Nederlandse ploegen PDM en Panasonic: ‘Er werd een afspraak gemaakt met PDM dat we in de bevoorrading zouden doortrekken’, zegt toenmalig Panasoniccoureur Theo de Rooij. Ekimov raakt geïsoleerd aan de kant van de weg, ziet De Rooij. ‘Er werd echt volle bak kop over kop gereden. Hij was verschrikkelijk taai en liet niet los.’

Steven Rooks – dan van PDM en als nummer twee in de Tour de France 1988 een van de blikvangers in Amerika – voelt zich al een paar dagen grieperig. ‘Toch heb ik Ekimov nog wel een beetje kunnen flikken. Ik liet het gat vallen. Hij zag dat te laat en kon er niet meer bij komen. Ik verloor ook tijd, maar was toch van plan uit de koers te gaan, dus ik zei: “Laat mij dat maar doen.” Ekimov was er niet zo blij mee.’

Maar Peter Post had niettemin genoeg gezien en contracteerde de Rus. Ekimov zou de ronde van 1989 niet winnen, maar PDM en Panasonic grijpen ook naast de zege. De Noor Dag Otto Lauritzen van 7-Eleven profiteert ervan dat Post-renner Eric Vanderaerden verkeerd rijdt in de afsluitende tijdrit – de bewegwijzering is niet optimaal.

De hoge giltoon klinkt schril als een gillend jong meisje. Een geluid voorbehouden aan honkbalstadions of basketbalarena’s rolt door het noordoosten van de VS. In de finishplaatsen staan de fans rijen dik. Weliswaar zijn het er bij de aankomst van de eerste editie in Atlantic City geen miljoen zoals Trump beweert, maar wel duizenden. Onder wie verdacht veel Trump-werknemers. Ze stralen het soort hysterie uit dat je normaal bij kinderen hoort die over de kop gaan in de Efteling. De renners lopen ermee weg. ‘In Europa zitten de kenners, in Amerika zijn ze wat enthousiaster’, zegt Nico Verhoeven. ‘Het is voor renners een mooi land om te fietsen.’

Voor de Nederlanders wordt de Tour de Trump een korte en hevige liefdesaffaire. Ze rijgen de etappezeges en podiumplaatsen aaneen. Het is een lekker potje fietsen in de luwte, weg van de klassiekerhectiek in april, weg uit het zicht van de kritische pers. Theo de Rooij: ‘In Europa lag er heel veel druk op, had je altijd dezelfde gezichten, dezelfde hotels en slecht weer in het voorjaar. In Amerika was het doorgaans beter weer, hing een lossere sfeer en was het even helemaal anders. Het voelde als betaalde vakantie.’

Voor de jonge Eddy Bouwmans is Trumps wielerronde meer dan een fijne sportvakantie. Voor hem is Amerika het begin. Hij rijdt in de ploeg die wordt gesponsord door het Zundertse bordeel Sauna Diana en vliegt voor het eerst naar Amerika. Bouwmans’ ploegleider Keller ziet hoe zijn pupil in de proloog nog voor de regen start en zo veel profs voor blijft. In de daaropvolgende dagen handhaaft de Brabander zich. ‘Het was best lastig qua klimmen’, zegt Keller, ‘maar hij reed daar met de besten mee omhoog. Voor mij was dat geen verrassing. De ploegen van Post en Gisbers kwamen bij mij van: “Hé, wie is dat, die Bouwmans?” Na afloop kon hij bij elk profteam tekenen.’

Nog op Schiphol biedt Cees Priem hem namens TVM een contract. Het wordt Post. In 1992 wint Bouwmans het jongerenklassement in de Tour – grotere successen smoren in de opkomst van epo.

Trumps Tour brengt de Nederlanders dichtbij een wereld die ze niet kennen. Gouden kranen, een Trumpjacht van honderd meter. Peter Post, toch al een man die van glimmers houdt, vindt het allemaal schitterend en zegt dat hij de stijl van Donald Trump zeer bewondert. ‘Vermoedelijk is hij nog nooit een miljardair tegengekomen die hij níet mocht’, schrijft de New York Times cynisch en vermoedelijk naar waarheid. Een limousine staat klaar om Rooks naar de presentatie te rijden. Ook Bouwmans komt op weg naar een buffet in een limo terecht, al blijkt die voor een andere ploeg te zijn. Never mind. Bouwmans blijft rustig zitten. Prima ritje overigens.

Ploegleider Keller van Sauna Diana vertelt bijna dertig jaar later met hoorbare verbazing over zijn Amerikaanse avonturen. De Brabander wordt in de watten gelegd alsof hij geen eenvoudige ploegleider is, maar een Europese prins. Met 2.500 dollar tanktegoed voor de 1.300 kilometer en een aparte sleutel voor de lift, zodat ploegleider en renners op de bovenste en mooiste verdieping van het hotel kunnen komen, zonder door het gepeupel gestoord te worden.

‘Ik kreeg een Chrysler Voyager, met een rek erop voor zeven fietsen, spiksplinternieuw. Een Chrysler Voyager had ik toen in Europa nog niet gezien. De mijne had geloof ik achttien mijl op de teller. Alles was helemaal aan de koers aangepast. Dat was gewoon geweldig. Er zat een radio ingebouwd waarmee je ook kon communiceren. Dan vroegen ze of je verbinding had en moest je zelf terugpraten. In Nederland kon je alleen communiceren met de jury als je er naast ging rijden en je raampje opendraaide.’

Donald Trump zelf maakt geen diepe indruk op de renners. Misschien dat ze hem een hand gaven, misschien dat ze hem hebben gezien, misschien ook niet. De Donald-style maakte kennelijk meer indruk dan Trumps lijfelijke aanwezigheid.

In Nederland kreeg de wielerliefhebber weinig mee, van de wedstrijd in Amerika. Peter Post wordt ziek en mist de Giro. LeMond rijdt slecht en verliest regelmatig minuten. Haalt hij de Tour wel? Het zijn kortjes.

Sports Illustrated is te spreken over de eerste editie. Hoewel het blad de woorden van Donald zelf niet al te serieus neemt (‘a legendary race in its first year’), spreekt het wel over ‘een veilige, prachtig georganiseerde, competitieve wedstrijd met een grote toekomst, als die tenminste niet wordt opgezogen door de hoogmoed van een zekere miljardair.’

Trump zelf is na zijn eerste ronde razend enthousiast. Geen al te goede graadmeter voor het succes van een project – erg eerlijk was hij doorgaans niet –, maar geestig is het enthousiasme wel. Trump voorziet een ronde dwars door Amerika, van Boston naar Washington, Detroit, Chicago en dan naar Los Angeles via San Francisco.

Dat gebeurde niet.

De nekslag voor de Tour de Trump komt al na de tweede editie. Trumps bedrijven leiden eind jaren tachtig ruime verliezen. De problemen zijn rond 1990 zelfs zo groot dat hij zakelijk kopje onder dreigt te gaan. Honderden miljoenen geleend geld gaan verloren. In 1991 beleeft Trump zijn eerste faillissement, er zullen er nog drie volgen. Als Trump later in de jaren negentig uit zijn as herrijst en terugkeert in de Forbeslijst van rijkste Amerikanen, is de Tour de Trump al lang een voetnoot in zijn carrière.

De ronde gaat in 1991 wel door, maar heet dan Tour DuPont, naar de nieuwe geldschieter, een chemieconcern. Erik Breukink wint de eerste editie. Maar in 1996 – het jaar waarin DuPont-erfgenaam John du Pont in een vlaag van krankzinnigheid een Olympisch worstelaar doodschiet – loopt ook dat avontuur ten einde. DuPont trekt zich terug als sponsor en een opvolger blijft uit.

‘De timing was een beetje verkeerd’, zegt Brunner over Trumps investering in het wielrennen, ‘De Tour DuPont was wel winstgevend en geen wielerwedstrijd heeft dat sindsdien voor elkaar gekregen in Amerika. Trump stond aan de basis daarvan.’ Donald Trump als een soort wielervisionair. Een man die fietssucces voorvoelde, jaren voordat de Amerikanen zich overgaven aan Lance Armstrong en de sport.

Wielrennen lijkt uit Trumps leven verdwenen als hij in augustus 2015 op een campagnebijeenkomst in Iowa uithaalt naar John Kerry. De minister van Buitenlandse Zaken is tijdens de onderhandelingen over een nucleair akkoord met Iran van z’n fiets gevallen en breekt zijn been. Trumps opwinding neemt hoorbaar toe als hij de nucleaire deal analyseert. Z’n armen waaien wijd uit, z’n stem neemt in volume toe.

‘… we hebben John Kerry, die meedoet aan fietswedstrijden. Hij doet mee aan een fietswedstrijd en hij is 73 jaar oud. 73 jaar oud! Ik zweer het je: I will never enter a bicycle race if I’m president. Ik zweer het. Ik zweer het!’

Trump steekt z’n rechterhand omhoog alsof hij een eed aflegt. Z’n gezicht verraadt afschuw. Trump, nooit in een wielerkoers, voor even zou je hem willen geloven.

Leave a Reply