ER STAAN STEVIGE WINDEN IN HET PELOTON


MUR DE FRANCE


Wat doen renners vandaag, op deze rustdag in de Tour de France? Ze tanken eens goed bij. Vullen hun lichaam met de energie die ze de komende dagen in de Alpen hard nodig hebben. Eten rijst, drinken sportdrank. Of zoiets. Al is dat dan wel een naar moderne inzichten afgewogen hoeveelheid.

Punt is: wat er vanboven ingaat komt er vanonder uit – na een tussenfase. Over dat laatste gaat het nu. Een onderwerp dat zelden wordt besproken aan de tafels van Vive le Tour of De Avondetappe.

In de wetenschap dat het geschreven woord reuk- en geluidloos is, wordt hier, op deze plek, een taboe doorbroken. Het blijft wel netjes, vermoedelijk.

De zoon van Nederlands beroemdste historicus Johan Huizinga schreef een gedicht over dit thema dat in de poëzie verder weinig aan de orde wordt gesteld, maar hier helder maakt waar het over gaat. Na een vergelijking met tornado, zuidwester en bora dichtte Leonard Huizinga:

‘Maar ach, ik ben het minste kind/ Ik ben slechts de gelaten wind.’

Wielrenners zijn de vaders van ontelbare minste kinderen. De wind wordt massaal gelaten. Hiervan bestaat een betrouwbare getuige, namelijk de winnaar van de Tour de France van 2018. Wel doet het verschijnsel zich vooral voor op trainingskampen, gevolg van veel vezelrijk voedsel. In de Ronde van Frankrijk fungeert het kwetsbare zitvlak minder vaak als uitlaatklep. Om Geraint Thomas even letterlijk te citeren, in de vertaling van Evert de Rooij: ‘Ik kon op één hand het aantal scheten tellen dat ik tijdens de Tour afvuurde.’ Maar op een rustdag bereiken de renners nieuwe toppen. ‘Het volume neemt toe en de frequentie stijgt’, laat Thomas weten in het boek Mijn Tour de France.

De Welshman doet daarin meer van zulke onalledaagse onthullingen. Zo blijkt er in de teambus weliswaar geen klassieke muziek te worden gedraaid, toch is er soms van een concert sprake. De chauffeur verdraagt de geluiden en wat daar verder het gevolg van is. Anders gezegd: ‘Iemand een poepie laten ruiken’ is een spreekwoord dat renners vaak letterlijk nemen. Soms zorgt er eentje voor een knallende paukenslag. In een concertgebouw zou de dader dan zijn buurman geschokt aankijken; in de teambus wordt het explosieve geluid gretig geclaimd.

Opvallend is de constatering van Thomas dat Chris Froome en hij, beiden Tourwinnaar, binnen hun team vorig jaar nog het minste last hadden van winderigheid. Het verklaart wellicht waarom die Nederlandse Tourwinnaar veel vaker ‘slechts’ tweede werd. Over hem is bekend dat hij weliswaar zwijgzaam was en snel in slaap viel, maar desondanks volop geluiden liet horen. Reden waarom menig renner een andere kamergenoot prefereerde.

Is er een correlatie tussen flatulentie en de gele trui? Helaas, in Delft, Leuven of Eindhoven zijn ze nog niet toegekomen aan wetenschappelijk onderzoek hiernaar, in hun windtunnels.


John Kroon



Leave a Reply