• BLENDLE •


Of je het nou de Bruset noemt, zoals de Nederlanders zich menen te herinneren, of de Brøl, zoals de Noren zeggen, nergens klonk het gejuich van publiek zo massaal, zo intens als hier. Het is geen groot stadion, in de koninklijke loge wil niemand zitten en ijs ligt er allang niet meer. Maar dit is Bislett. Nederlanders kussen hier de grond.


1899-12-30 00:00:00 OSLO 19520215 De olympiske vinterleker i Oslo: Oversiktsbilde fra Bislett stadion under åpningsseremonien. Åpningen av de 6. olympiske leker. Foto: Aktuell / Scanpix

Het Bislett stadion in Oslo tijdens de opening van de Olympische Winterspelen van 1952. Foto Scanpix/ANP


Alles is nog hetzelfde als toen,’ zegt Per Ivar Moe. Hij loopt over de tartanbaan, tegelijkertijd met zijn rechterarm als een dirigent de contouren van de tribune volgend. Als een golf. Dáár was de koninklijke loge, de gebouwen op de achtergrond zijn nog altijd dezelfde. Het is een on-Noorse nazomerdag in september en Per Ivar Moe, 72 en gepensioneerd bankier, blijft staan, iets voor het begin van de bocht.

‘Als je één keer die sfeer hebt beleefd, vergeet je het nooit meer,’ zegt hij.

Toen is zondag 14 februari 1965 en Moe was met zijn twintig jaar de jongste atleet van de Noorse ploeg bij het wk allround op Bislett. Het mocht dan inmiddels zijn derde wk zijn en er mocht dan al zilver en brons op zijn erelijst staan, met Fred Anton Maier, Magne Thomassen, Per Willy Guttormsen en Nils Aaness als teamgenoten was nederigheid dat weekeinde voor Moe het eerste gebod.

Noorwegen was schaatsgek. Vergeet crosscountryskiën, biatlon of godbetert snowboarden, de trends van nu, schaatsen was de enige religie die ertoe deed. Oslo telde drie beroemde schaatsclubs, as, oil en osk, in elk dorp was de ijsbaan het epicentrum van de samenleving en Åge Dalby en Per Ivar Moe herinneren zich een regionaal kampioenschap tussen Hedmark en Oppland waar meer dan honderd jongens op de startlijst stonden. Iedereen wilde ‘Hjallis’ zijn.

Dalby: ‘De ene school tegen de andere, daar liep het dorp voor uit.’

Moe: ‘De burgemeester, de huisarts, de schoolmeester en de trainer van de schaatsclub, daar keek je tegenop.’

In 1962 werd Åge Dalby in Fagernes Noors juniorenkampioen. Per Ivar Moe haalde het podium niet. Drie jaar later kondigde de speaker van Bislett Moe aan als ‘onze jonge onverschrokken landgenoot’ en was Dalby beginnend sportjournalist bij vg.

Hoewel de schattingen uiteenliepen, wisten de kranten op maandag te melden dat die zondag in 1964 zeker dertigduizend toeschouwers getuige waren geweest van een historische gebeurtenis. Maier was de favoriet, de Russen zinden op wraak, maar Per Ivar Moe was voor niemand bang. Na drie afstanden stond hij tweede in het klassement en dat met zijn solide tien kilometer achter de hand. Hij startte al in de eerste rit. Na de race ging hij naar het twee straten verderop gelegen appartement van bondscoach Stein Johnson en begon het lange wachten.

Toen Johnson hem twee uur later wakker maakte, was Per Ivar Moe wereldkampioen. De eerste Noorse wereldkampioen op Bislett. ‘De koning wil je zien,’ zei Johnson.

Hij kan zich nog elk detail herinneren. De wandeling terug naar het stadion, de trap naar de koninklijke loge, koning Olav V die zijn handschoen uitdeed, hem op de schouder klopte en vroeg hoe hij zich voelde.

Uit de luidsprekers van het stadion klonk Seier’n er vår, het Noorse volkslied.


W Y B R E N  D E  B O E R


Leave a Reply