DE WINKEL VOOR GROTE EN KLEINE KAMPIOENEN


Voor renners als Dylan Groenewegen is ooit de fotofinish bedacht. Hij laat nooit zomaar lopen, op een lekke band spurt hij nog mee. Zijn bloedfanatieke wielerfamilie weet dat de wilskracht en het talent vanuit alle richtingen zijn kant op kwamen gestroomd. En dat het ook allemaal in één keer voorbij kan zijn.



Je moet er oog voor hebben, anders ga je er zo aan voorbij. Zelfs nu een van de twee etalages vanwege de Tour is versierd met gele plakletters en plastic zonnebloemen. Een venster van vier meter lengte, veel meer is het niet. En dat in een woonstraatje zonder veel verkeer, tussen de Amsterdamse Churchilllaan en het Amstelkanaal, schuin tegenover het hoekje waar café De Regge (‘sfeer en puur gezelligheid’) zat, voordat daar de fik inging.

Nu zit er helemaal niks meer. Behalve de kleine fietsenzaak van Gerrie Groenewegen, met net om de hoek zijn buurtstalling. En daar, in zijn twee etalages, staan ze uitgestald: de racefietsen, koerstruien en glimmende bekers van vier generaties wielrenners. Twee wielergalerieën waarin steeds nieuwe pronkstukken worden bijgezet. Daar hangen ook de zwart-witfoto’s van mannen achter zware motoren, en van het jongetje op het door zijn opa gebouwde frame. In de Reggestraat en de IJselstraat leeft het Amsterdamse wielerverleden.

You need to be logged in to see this part of the content. Please Login to access.

_mg_3474


M A R T I J N  S A R G E N T I N I


Uit: Wielertijdschrift De Muur, editie 54

Leave a Reply