DE TWEE ZIELEN VAN IREEN WÜST

• BLENDLE •


Je hebt Ireen Wüst en Ireen Wüst. De topsportster heeft een killers-mentaliteit, de mens is loyaal en sociaal, maar wel gesteld op haar privacy. En de succesvolle Wüst is soms ook een eenzame Wüst. ‘Sta je dan met je medaille om je nek. Alleen.’


Nederland, Heerenveen, 20-10-2016 Ireen Wust, schaatster van de Just Lease ploeg. Foto : Klaas Jan van der Weij

Foto : Klaas Jan van der Weij


De opdracht vooraf is simpel: ‘Een verhaal over hoe jij Ireen Wüst hebt meegemaakt als collega-schaatsster.’ Of eigenlijk is het nog simpeler, zegt een van de twee Bislett-hoofdredacteuren, Bert Wagendorp, even later: ‘Een andere insteek is ook goed.’ 

Ik zit in de stoffige lobby van een Zuid-Duits hotel. Om me heen tapijt en blank hout. Plus van die banken die zacht ogen en iets minder zacht zitten. Naast mij Ireen Wüst, de schaatsster over wie ik mag schrijven. Met welke insteek dan ook.

Ze kwam rond haar achttiende de huiskamers binnen, ‘keigaaf’ schreeuwend in de microfoon van de nos. Later zei ze dat iemand haar weleens had mogen vertellen dat ze dankzij die microfoon helemaal geen moeite hoefde te doen om zich boven het lawaai van Thialf verstaanbaar te maken.    

Destijds was ze onbevangen. Ze had achteraf gezien wel wat langer stil mogen staan bij haar successen, denkt ze nu.

Ze is geen ‘meisje-meisje’, maar stoer. Tenger bovenlijf, krachtig onderlijf. Niet zeuren, maar gaan. Ook in de media kwam dat al vroeg duidelijk naar voren. Een sportjournalist vulde ooit op voorhand spottend de kop in boven een artikel over Wüst: ‘Keigaaf lekker knallen’. Naar de nonchalante uitspraken die een jaar of vijf eerder nog vaak in haar vocabulaire voorkwamen. Per ongeluk haalde die kop ook nog de krant.

Ze bestelt een glas rode wijn. Een biologische graag. Soms moet een wijntje kunnen, vindt ze. Even ontspannen.

In het leven van een schaatser zijn de kleinste buitenlandse dorpen soms bekender dan de grote steden in eigen land. Dat geldt bij Wüst absoluut voor Ruhpolding, het Zuid-Duitse dorp nabij Inzell. Daar hebben we afgesproken, Wüst is er op trainingskamp met haar team Justlease. In haar tijd bij tvm verbleef ze hier soms honderd dagen per jaar. 

Ze is inmiddels 30. Dat klinkt oud, ouder dan de 26 die ze zich voelt. De dag van haar laatste verjaardag ‘was wel een dingetje’. Ze zat in Dubai, was op vakantie en ook nog eens ziek. Dubbel vreselijk dus.

Ze is de onbetwiste kopvrouw van een ploeg die ze een jaar geleden zelf oprichtte. Trainen doet ze onder meer met Melissa Wijfje, een jong talent van 21 jaar. Gek is dat, hoe je zelf denkt jong te blijven terwijl jongere mensen dat soms totaal anders zien. De eerste keer dat Wijfje haar aansprak zei ze ‘u’.

Aan de andere kant: toen Wüst voor het eerst olympisch kampioene werd, in 2006, zat Wijfje in groep 4 van de basisschool. En met de ouders van een ander talent binnen haar ploeg, Marcel Bosker, heeft Wüst zelf nog geschaatst.

Daarom is ze blij dat Jan Blokhuijsen en Wouter Olde Heuvel (assistent-trainer bij Justlease) sinds dit jaar bij de ploeg horen. Er zijn grenzen aan hoe vaak ze jongere mensen wil horen over een televisieprogramma dat zij zelf niet kent. Af en toe wat seniorengeluid horen is belangrijk.

Ze mist mijn leeftijdsgroep in het schaatsen, zegt ze tegen mij, terwijl ze nipt van haar Merlot. Ik ben ruim twee jaar ouder. De laatste jaren stopten steeds meer mensen ermee. Zelf moet Wüst daar nog niet aan denken, ze vindt het schaatsen veel te leuk. ‘Ik heb nog nooit iets gehad waarvan ik dacht: dat zou ik liever doen dan schaatsen. Het staat bij mij echt met stip op een.’

Ze zegt dat er niks mooiers bestaat dan in de bocht met snelheden van tegen de zestig kilometer per uur en op een ijzertje van twee millimeter de controle te houden. Schaatsen is zo complex. Als de afzet perfect is, is er geen beter gevoel dan dat. Fluisterend: ‘Het is bijna een orgasme.’ Dat gevoel van macht op het ijs, van timing die klopt, dat kan ze met haar ogen dicht oproepen. Daarom kan het voor haar dus ook zo frustrerend zijn als het niet goed gaat, als het niet lukt om dat gevoel op het ijs te vertalen naar techniek.

Goud op de Olympische Spelen van Pyeongchang is haar ultieme doel. Dat zou betekenen: goud op haar vierde Spelen op rij. Liever dat dan een wereldrecord. Zelfs al is dat wereldrecord juist het enige dat nog op haar indrukwekkende palmares ontbreekt. Op haar laaglandrecord na althans, dat bemachtigde ze ooit wel. Maar dat is niet helemaal hetzelfde. Neemt niet weg dat ze graag nog eens een wereldrecord zou rijden. Maar het is simpel: records worden verbroken, titels blijven staan.

De wetenschap zegt dat topsporters op hun 28ste op hun top zijn, weet ze. En zij? ‘Ik ben dat natuurlijk op mijn 31ste, inkoppertje.’ Ze gaat sowieso door tot een jaar na de Spelen. Dat heeft ze wel geleerd van Renate Groenewold en Carl Verheijen.  Zij stopten na de Spelen in Vancouver. Waren ze eerst het hele jaar bezig met een groot afscheidstournee. Elke keer: ‘O, dit is de laatste keer in Inzell.’ Of: ‘Ja, dit is het laatste ek.’ Wüst wil heel volgend jaar bezig zijn met goud halen op de Spelen, niet met andere zaken.

Ooit schaatste ik sneller dan zij, tijdens een nk nog wel. Maar vervolgens werd Wüst gediskwalificeerd omdat ze een lijn was gepasseerd. Zul je net zien, rij je een keer harder dan de meest succesvolle Nederlandse olympiër aller tijden, is er geen uitslagenlijst die dat bewijst.

We zaten nooit bij elkaar in een team. Dat is vaak van groot belang in het schaatsen. De Nederlandse schaatswereld is een omgeving met eilandjes die ploegen heten. Van vermenging is niet vaak sprake, eten gebeurt tijdens internationale wedstrijden aan lange tafels en de teams zitten dan doorgaans gescheiden van elkaar.

In de kleedkamer is Wüst een soort allemansvriend, maar op een zakelijke manier. Ze kliekt niet samen met een van de andere rijdsters, maar houdt het gesprek doorgaans open. Al heeft ze wel haar eigen groepje van mensen met wie ze het beter kan vinden. Ze is daar voor haar werk, voor haar prestaties. En dat straalt ze uit. Ik leerde haar naam een jaar of vijftien geleden kennen. Toen was ze een talent in de selectie van Brabant-Limburg, niet veel later was ze olympisch kampioene. Het kan snel gaan.

Rond mijn achtste begon ik met schaatsen, Ireen pas op haar twaalfde. Dat is vrij laat voor een sport die zo technisch is. Maar wie genoeg talent bezit, komt er wel. Veel hangt ook af van het fanatisme in een karakter. Wüst werd getriggerd door haar vader, die ze zag opgeven tijdens de Elfstedentocht van 1997.

Dat doe je niet, dacht ze. Opgeven mag nooit.

En vervolgens meldde ze hem dat ze per se ook wilde schaatsen.

Het werd vaste prik op zondagochtend: samen naar de ijsbaan in Eindhoven. Sky Radio aan. Een gesprek is nooit een vereiste voor goede vader-dochtermomenten. In de dweilpauze warme chocomelk met slagroom en daarna hup, weer door op het ijs achter een groep oude mannen aan.   

Haar vader was haar voorbeeld. Met haar goedkope schaatsjes van de Scapino aan haar voeten en een grote trainingsbroek daarboven kopieerde zij alles wat hij deed. Nu moet Wüst hard lachen als ze daaraan terugdenkt. ‘Hij is van de oude stempel, schaatste met zijn hand voor zijn mond en een hele hoge bijhaal (de manier waarop het been na de afzet wordt teruggezet op het ijs, LvdG). Ik dacht dat het zo hoorde en deed het na.’ Die techniek moet er direct uitgehaald zijn toen ze zich aansloot bij een ijsclub en een selectie.

Het woord ‘koninginnenrit’ kan ze nog steeds niet zonder Brabantse tongval uitspreken. Ze groeide op in Goirle, maar woont inmiddels al negen jaar in Heerenveen. Ze voelt zich ook Fries. Haar ouders komen oorspronkelijk uit Friesland, uit Dokkum en Leeuwarden.

Wüst kwam bij de eerste training van Jong Oranje aan met schaatsschoenen die een belemmering waren voor haar techniek. Niet lang daarna kreeg ze voor niks op haar voet gemaakte schaatsen aangemeten van Viking. Eerst wees ze die nog eigenwijs af. Ze had immers al goede schaatsen. Uiteindelijk probeerde ze de nieuwe schoenen toch. Ze kreeg kramp, alles deed pijn en ze was vast van plan de schaatsen aan de kant te gooien om ze nooit meer aan te trekken. Maar haar trainer zei: ‘Jammer dan, dat overwin je wel. Nu schaats je tenminste technisch een stuk beter.’ Inmiddels heeft ze twintig paar nieuwe schaatsen in de kast liggen en ze ook allemaal geprobeerd, maar nog steeds rijdt ze op de schoenen van toen. Die zitten toch het prettigst.

Haar familie heeft meer schaatsers binnen de gelederen, zegt Wüst. Een paar jaar geleden werd ze daarop geattendeerd na de opening van een Fries genealogisch centrum. Wüst werd tijdens die opening als voorbeeld genomen en kreeg de resultaten later toegestuurd. ‘Bleken een Clemens Wüst en een Bartholomeus Wüst vroeger al wedstrijden te hebben gewonnen. En mijn opa, die jong is overleden, bleek schaatsfanaat en ijsmeester te zijn geweest. Ergens zit het schaatsen dus in de genen.’

Ik vroeg het me weleens af, tijdens het schaatsen: zou het leuk zijn om Ireen Wüst te zijn? Zoveel succes, zoveel dominantie. Maar ook altijd de aandacht, waar ze ook ging. Of het nou in de kleedkamer was, op de ijsbaan of in de supermarkt. Zijdelings of zonder gêne starend: mensen houden haar in de gaten. Dat krijg je, als je samen met Sven Kramer de onbetwiste vertegenwoordiger van het huidige schaatsen bent. Haar naam roept herkenning op, ook al wordt hij weleens uitgesproken als ‘Irene’ – daar heeft ze een hekel aan.

‘Is het leuk om Ireen Wüst te zijn?’


L I S E T T E  V A N  D E R  G E E S T


Uit: Schaatstijdschrift Bislett, editie 1

Leave a Reply