De renner van het voorjaar is een vrouw

• Gratis •


Another brick in the wall


Auteur: John Kroon

Wie in twee maanden tijd zowel de Strade Bianche, de Ronde van Vlaanderen, de Waalse Pijl als Luik-Bastenaken-Luik weet te winnen, levert een unieke prestatie.

Die mag zich De Renner van het Voorjaar noemen.

Haar naam: Anna van der Breggen.

Na de overwinning in haar favoriete koers, LBL, afgelopen zondag, werd ze op de Vlaamse tv aangeduid als ‘de nieuwe Vos’.  Wat wel grappig was, want de oude Vos, Marianne, fietst nog volop mee en is pas 30. Dus die kan nog wel een tijd door, al brak ze zondag helaas haar sleutelbeen. Anna van der Breggen is 28. Ze schelen op één maand na maar drie jaar. Bijna generatiegenoten dus.

Anna doet nu wat Marianne in het verleden zo vaak deed: ze domineert het wielrennen voor vrouwen. Vorig jaar schreef ze de World Tour op haar naam en nu voert ze de wereldranglijst met een flinke voorsprong aan. Zoals Quick-Step bij de mannen overheerst, zo doet haar team Boels-Dolmans dat bij de vrouwen.

Het grote verschil: financieel kan zij niet tippen aan, pakweg, Niki Terpstra of Bob Jungels, zondag de winnaar bij de mannen in LBL.

De vermeende onderbetaling van vrouwelijke wielrenners was voor NRC Handelsblad ernstig genoeg om er afgelopen donderdag een hoofdredactioneel commentaar aan te wijden. Daarin werd erop gewezen dat in een aantal wedstrijden (waaronder de WK’s) het prijzengeld voor vrouwen en mannen weliswaar is gelijkgetrokken, maar dat de voorjaarsklassiekers hierbij nog flink tekortschieten. Voorbeeld: de Amstel Goldrace van zondag een week geleden. De Deen Michael Valgren Andersen toucheerde voor zijn overwinning 20.000 euro (te verdelen over zijn ploegmaats en eventueel andere betrokkenen). De Nederlandse Chantal Blaak, ploeggenote van Van der Breggen, kreeg 1150 euro. Dat is het minimale bedrag dat wielerunie UCI voorschrijft. In andere klassiekers is het niet anders. Het ‘is niet meer van deze tijd’, meent de krant. ‘Gelijke beloning voor vergelijkbare prestaties, ook in de sport, hoort vanzelfsprekend te zijn, voor bonden en organisatoren.’

De vraag is nu: wat is ‘vergelijkbaar’. Het handige van vergelijkingen is dat ze veel duidelijk maken over verschillen. Zoals: de concurrentie die bij de mannen veel groter is dan bij de vrouwen. De wereldranglijst kent 3113 mannelijke wielrenners uit 115 landen (onder wie Mun Wa Kok uit Macau; hij behaalde dit jaar één punt). Op hun wereldranglijst staan 752 vrouwen uit 84 landen. In Luik-Bastenaken-Luik moesten de mannen zondag  258,5 kilometer afleggen en de vrouwen 135,5 kilometer – gelet op de startplaats zou de koers voor hen eigenlijk Bastenaken-Luik  moeten heten. Hoewel Jungels drie uur langer moest trappen, kwam hij tot een uurgemiddelde van 40,3 kilometer en Van der Breggen tot 37,8.

Het doet allemaal niets af aan de prestaties van Van der Breggen, maar al deze cijfers zeggen wel iets.

Het interessante is dat de vrouwelijke wielrenners zelf zich er terdege van bewust zijn dat het, hoewel beide fruit, lastig is om appels met peren te vergelijken. In De Muur wees Anna van der Breggen begin dit jaar op de nog altijd wat penibele positie van het vrouwenwielrennen. Ze heeft er liever geen Tour de France van drie weken bij, want haar ploeg, een van de grootste van het peloton, telt toch maar elf rensters voor het hele jaar. Als er bij de vrouwen een splitsing tussen profs en amateurs zou komen? ‘Dan houden we misschien niet genoeg rensters over en wordt de sport zo klein…’

Voor het geld hoef je geen wedstrijden te rijden, zei ze, al speelt het wel een rol bij de keuze voor de ploeg: ‘Voor welk salaris?’ (Ga er maar rustig vanuit dat Peter Sagan, nummer één op de wereldranglijst bij mannen, het tigvoudige aan vast inkomen heeft in vergelijking met Anna van der Breggen.)

Nog radicaler in haar afwijzing van geld als drijfveer was Annemiek van Vleuten, de Nederlandse die nummer twee staat op de wereldranglijst. In De Muur van oktober 2017 zei ze: ‘Het is in sport totaal onbelangrijk wat er wordt verdiend.’ En: ‘Ik vind het waanzin dat je als atleet onwijs veel moet verdienen. Ik vind dat niet fair ten opzichte van mensen die gewoon hard werken.’

Dat zul je Peter Sagan niet gauw horen zeggen.

Topwielrennen is ongesubsidieerde amusementsbusiness, waarin de harde wetten van vraag en aanbod gelden en waarin langs commerciële overwegingen wordt bepaald wie wat verdient. Wie met zijn prestaties afdoende de investeringen terugbetaalt die in hem of haar zijn gedaan; terugbetaling in de vorm van publiciteit en dus ‘gratis’ reclame voor de sponsors. Die investeringen moeten komen uit sponsorgelden en tv-rechten, iets anders is er niet.

In Nederland, met vijf rensters in de top-10 van de wereldranglijst, is het vrouwenwielrennen de kinderschoenen gelukkig ontgroeid; laten we zeggen dat het zich in een puberale fase bevindt. Het kan verder groeien. Maar mondiaal is dat nog lang niet zo ver en tot zolang zullen er, ook om deze reden, beloningsverschillen tussen mannen en vrouwen blijven bestaan.

Maar Anna van der Breggen blijft dé renner (m/v) van het voorjaar van 2018.


‘Another Brick In The Wall’ is een serie columns van De Muur meesters zelve: Peter Ouwerkerk, Bert Wagendorp en John Kroon.


Foto

Leave a Reply